VOLVO 164

 
 

Volvo stopt in 1958 met de productie van de PV 800 serie, de laatste serie grote Volvo’s met de befaamde zescilinder. Vanaf die tijd concentreert Volvo zich op de productie van kleinere modellen. Maar ook tal van experimenten vinden plaats achter de schermen. Zo ontstaat een kleimodel va de Volvo P358, een grote elegante sedan met een wielbasis van 285 cm. Hierin zou aanvankelijk een V8 met 3,6 liter inhoud en een vermogen van minstens 140 pk geplaatst worden, later een zescilinder met een inhoud tussen de 2,7 en 3 liter. Het model zou voorzien worden van schijfremmen vóór, stuurversnelling en een starre achteras met pneumatische vering. Hiermee experimenteerde Volvo ook op de Amazone.

Er zou ook een taxi variant geleverd worden. Er ontstaan diverse carrosserie studies met diverse ontwerpen van de voor en achterzijde. Ook hier duikt de opvallende grote vierkante grille op die eerder op de P1900, de PV 644 (een verlengde kattenrug) en de P 179 (de Margaret Rose) te zien waren.

Marktonderzoeken begin zestiger jaren wijzen echter uit dat de vraag naar grote auto’s krimpt. De Volvo directie besluit de P358 niet in productie te nemen. Een apart model met zescilinder zou een te groot risico betekenen voor Volvo. Tevens ziet men het succes van de Mercedes zescilinders en is men zich zeer bewust van het feit dat Volvorijders zeer merkentrouw zijn. Het is dus tevens noodzakelijk om de klanten die aan het bovenste gedeelte van het modellenprogramma zitten een antwoord te bieden bij de keuze van een volgende auto, om deze trouwe klanten niet te verliezen aan de concurrent.

Bij het ontwerpen van de 140 serie worden dan ook de mogelijkheden tot het plaatsen van een zescilinder eveneens bestudeerd. Een zescilinder zou eventueel in een verlengde 140 carrosserie geplaatst kunnen worden, waarbij de lengte van de wielbasis 10 centimeter groeit. Enkel de delen voor de voorruit zijn anders dan de 140 carrosserie. Dit legt uiteraard niet een zodanig zware belasting op de financiële middelen van Volvo. Bovendien is de geringere investering sneller terug verdiend. Naast het gebruik van de carrosserie van de 140 serie vanaf de voorruit, wordt een zescilinder ontworpen op basis van de B18. Hieraan worden twee cilinders toegevoegd. De boring van de cilinders wordt vergroot van 84 tot 88,9, waardoor een cilinderinhoud ontstaat van 2978cc. De zescilinder in lijn wordt voorzien van twee Zenith Stomberg carburateurs, waarmee een vermogen van 130 pk beschikbaar komt. De vergroting van de boring valt ook de viercilinders ten deel, waardoor de B20 ontstaat. Hierdoor zijn de zuigers, drijfstangen en kleppen van de B30 (zescilinder) gelijk aan de viercilinder (B20).

De Volvo 164 komt in 1968 op de markt. Met de opmerkelijke en afwijkende neus ten opzichte van de viercilinder modellen en een zeer rijke uitrusting en diverse chroomstrips aan de carrosserie oogt de Volvo 164 nog luxer dan de viercilinder modellen. Het interieur is voorzien van een zeer luxe grijze bekleding. Vanaf midden 1969 wordt er standaard lederen bekleding geleverd en de voorstoelen worden voorzien van hoofdsteunen. Ook wordt het ventilatiesysteem aangepast, waardoor een tochtvrije ventilatie mogelijk wordt. De verstralers worden geleverd van het halogeen type en alarmknipperlichten zijn eveneens standaard. In 1970 komt stuurbekrachtiging als standaard, naast een verlengde wielbasis met een verbeterde achterasophanging. In de middenconsole zit vanaf nu een tijdsklokje en de Volvo 164 is eveneens leverbaar met een elektrisch te bedienen schuifdak, elektrisch te bedienen ramen, diverse stereo installaties en airconditioning. Ook doen de lampenwissers hun intrede, net als getint glas en leeslampje achter. In diverse landen (waaronder de USA) worden een of meer van deze extra uitrusting onderdelen standaard geleverd. In 1971(modeljaar 1972) komt een nieuwe variant, de Volvo 164E, waarbij de zescilinder is voorzien van brandstofinspuiting. Het vermogen stijgt naar 160 pk. De prestaties stijgen navenant. Eindelijk vervangt Volvo ook het te goedkoop aandoende houten imitatie dashboard. De voorremmen zijn vanaf dit jaar van het geventileerde type. De deurgrepen zijn verzonken in de deuren. Einde 1972 wordt de grille iets kleiner en de bumper iets zwaarder en loopt recht door onder de grille. Ook worden de achterlichten aangepast, de kleinere vertikaal ingedeelde sierlijke armaturen verdwijnen voor aanzienlijk grotere stoere exemplaren die een horizontale indeling bezitten. De deuren worden versterkt. In 1974 worden de zware bumpers toegepast die zonder schade aanrijdingen van acht kilometer per uur verdragen en verdwijnen de tochtruitjes in de voordeuren. Ook wordt de benzinetank verplaatst naar een veiligere plaats. Over de achteras, buiten de kreukelzone. In 1975 wordt de 164 met het interieur van de dan al geïntroduceerde Volvo 264 nog een jaartje geleverd, vooral voor de USA en het Verre Oosten. Volvo produceert van deze opmerkelijke zescilinder 153.023 stuks, waarmee één op de negen Volvo’s van het type 140/160 een zescilinder is geweest.

 

 
 

VOLVOWISE

©ruuds70

Hosting by WebRing.