VOLVO 140

 
 

Voor mij is de Volvo 140 synoniem voor Volvo. Vanaf de eerste keer dat dit model mij onder ogen kwam, ik zal net zeven zijn geweest, trok dit model steeds weer mijn volledige aandacht. Hoe groot was mijn geluk toen een oom van mij een Volvo 144 kocht, hoe bitter toen hij ten overstaande van ons gezin verklaarde dat zijn volgende toch weer een Mercedes zou zijn. Het comfort achterin viel hem bar tegen. Ik genoot van de ritjes! Zeker die keer toen ik samen met mijn tweelingbroer bij hem logeerde en hij voor zijn werk naar Den Haag moest. Wij gingen samen met mijn tante mee om een bezoek te brengen aan Scheveningen. Een hele belevenis, wij hadden de zee nog nooit gezien. Dachten zij, ik beleefde heel iets anders. Een super lange autorit met een Volvo 144! Geweldig. Een vijftal jaren hierna kocht een andere oom ook een Volvo 144. Een DL modeljaar 1973. Deze oom is heel wat realistischer over Volvo. Hij heeft deze Volvo nog steeds. Onlangs volledig gerestaureerd. En hierna hetzelfde gedaan met een Amazone en op het moment bezig met een P1800. Dat is dus ook een vorm van VOLVOWISE denk ik dan.

De Volvo 140 serie is ontworpen door Jan Wilsgaard. In 1960 start project 660. Wilsgaard krijgt de opdracht een Volvo te ontwerpen met een onveranderde wielbasis (2,60 meter), spoorbreedte voor en achter van 1,35 meter en van meet af aan worden een tweedeurs, vierdeurs en estate carrosserie ontworpen. Ook bestaat er de uitdrukkelijke wens van het management dat er een 6 cilindermodel mogelijk is, eventueel met verlengde wielbasis. Uiteraard moet het mechanische ontwerp sterk leunen op de componenten die ook in de Amazone gebruikt worden. De nieuwe Volvo moest daar waar mogelijk ruimer zijn, maar zou verder duidelijke verwantschap met de Amazone lijnen moeten bezitten. Ook bestaat de wens om een reeds op de Amazone getest exemplaar van een hydropneumatisch gestuurde achteras als innovatie op het project toe te passen staat op het wensenlijstje van het management. Met deze basisgegevens start Jan wilsgaard en zijn team de opdracht, hun ontwerp vinden ze echter te saai en weinig levendig. Zij besluiten om hiernaast nog een ontwerp te maken, breder en ruim twintig centimeter langer, maar aanmerkelijk minder saai en zeker levendiger. In december 1961 tonen zij de beide ontwerpen aan het management. Tot hun verrassing kiezen zij het “eigen” ontwerp, met de restrictie dat het ontwerp kleiner gemaakt dient te worden, meer in de grootte van hun uitgangsgegevens. Naast dit ontwerp krijgen de ontwerpstudio’s Ghia en Frua ook opdracht een ontwerp aan te leveren. Het ontwerp van Jan Wilsgaard is echter al besloten zaak wanneer zij hun ontwerpen aanbieden. Zo ontstaat een derde kleimodel, als project P660 waarin de zuivere lijnen van het toekomstige tweedeurs model duidelijk herkenbaar zijn. Jan Wilsgaard twijfelt echter over de eenvoud van zijn ontwerp en vreest dat het model snel aan attractiviteit zal verliezen. Gelukkig heeft hij meer verstand van ontwerpen dan van in de toekomst kijken. Het basismodel blijft immers bestaan tot 1993

Gedurende de ontwerpfase zijn diverse aanpassingen uitgeprobeerd, maar steeds weer komt het ontwerpteam uit bij het basisontwerp. Diverse stylingsontwerpen van de neus worden gemaakt, waarbij een ontwerp al de later toegepaste plaatsing van de richtingaanwijzer en stadslichten op de bumper bevat, die de op de karakteristiek Volvo 164 wordt toegepast. Een ander neus ontwerp zou BMW tien jaar later welhaast ongewijzigd toepassen op haar 5 serie! Bij het interieur ontwerpt het team alles met de veiligheidsfilosofie in gedachten. Volvo heeft als doel voor ogen om hierin de wereldleider te worden. Begin 1964 wordt het definitieve ontwerp van de Volvo 140 in tweedeurs en vierdeurs versie goedgekeurd. De 145 volgt in februari. Hierbij worden uit kostenoverwegingen de achterportieren gebruikt uit het vierdeursmodel. Het ontwerpteam heeft hiervoor liever aan het ontwerp aangepaste exemplaren voor, maar krijgen hierin niet hun zin.

Er worden testmodellen gemaakt, eerst met aangepaste Amazone carrosserie, daarna met gecamoufleerde 144 carrosserie. Deze dragen de naam Mazuo ZT92, waarmee op de openbare weg proef wordt gereden.

In augustus 1966 wordt de Volvo 144 aan de pers voorgesteld. Deze kunnen vanaf september dat jaar testritten uitvoeren. Met de introductie van de Volvo 144 voert Volvo een nieuwe gestructureerde typenaam systeem in. De “1” geeft de serie weer de middelste “4” het aantal cilinders van de motor en de laatste “4” het aantal deuren.

Op motorisch gebied worden twee B18 viercilinders aangeboden, met 75 din pk (85 sae) of 95 din pk (115 sae), voorzien van een vierversnellingsbak met eventueel de optionele overdrive of de BW35 automaat, voor de sterkere S variant. Op sommige exportmarkten zijn deze twee opties ook in combinatie met de B18A variant leverbaar.

De voorwielophanging is grotendeels gelijk aan die van de Amazone. De stuurinrichting zorgde voor een sensationeel kleine draaicirkel van 9,25m. Kleiner dan die van de Amazone. De stuurkolom is zodanig geconstrueerd dat deze niet in het passagierscompartiment kan dringen bij een aanrijding. Het stuurwiel zelf is voorzien van een diepliggende naaf en is ‘ vervormbaar’. Voor de achterwielophanging heeft de achterwielophanging van de Amazone model gestaan. Door toepassing van de starre as, die nu verfijnd is opgehangen wordt een opmerkelijke wegligging verkregen. Het remsysteem is revolutionair. Op alle vier de wielen past Volvo remschijven toe. Ook wordt een dubbel hydraulisch triangel systeem toegepast, waardoor er steeds remkracht aanwezig is op beide voorwielen en één achterwiel. Hierdoor blijft bij uitval van één van de systemen steeds ruim 80% van de remkracht beschikbaar. Ook past Volvo een dubbel reductieventiel toe op de achterremmen om deze lastafhankelijk te reduceren. De handrem werkt op twee aparte trommelremmen op de achterwielen.

De driepunt veiligheidsgordels zijn voorzien van een nieuw, eenvoudig te bedienen vergrendelsysteem. De carrosserie is voorzien van kreukelzones aan de voor en achterzijde, met een kooiconstructie rond het passagiersappartement. Het dashboard is voorzien van een schokabsorberend ontwerp, waarbij geen uitstekende elementen aanwezig zijn. Speciale aandacht schenkt het ontwerpteam aan de ruimte onder het dashboard. Hier zijn geen items te vinden die kunnen indringen en daarmee verwondingen kunnen veroorzaken bij heftige aanrijdingen. De sloten van de portieren zijn van een gepatenteerd veiligheidstype, zij overtreffen de USA normen ruimschoots. De stoelen zijn voorzien van een verbeterd ontwerp op basis van de orthopedische Amazone stoelen. De lendensteun is instelbaar op een eenvoudige manier, met behulp van een draaiknop aan de zijkant van de rugleuning. Ook zijn de rugleuningen voorzien van montagegaten voor de hoofdsteunen. Veel aandacht is besteed aan het ventilatie en verwarmingssysteem. Het bestaat uit twee aparte circuits. Een circuit verzorgt de ontwaseming van de voorruit en de achterruit. Het tweede circuit verzorgt de warmte bij de voetruimte voor en achter. Voor het achtergedeelte zijn er onder de voorstoelen uitblaasmonden gemonteerd.

Productie komt pas echt goed op gang in 1967. In juni dat jaar wordt ook de Volvo 142 S leverbaar. In het najaar volgt ook de 85 pk sterke 142. Volvo levert vanaf dat moment ook verbeterde ruitenwissers op de 144 en 142, net als een aangepast uitlaatsysteem, comfortabelere stoelen en verbeterde achteruitkijkspiegels. In maart wordt de derde carrosserievariant, de 145 leverbaar. Er is keuze uit beide motoren. Behoudens een aanpassing aan de achterwielophanging zijn de drie modellen mechanisch gelijk aan elkaar. In de herfst van 1968 introduceert Volvo de B20 motoren in de 140 serie. Het vermogen van de A versie met de enkele carburateur stijgt naar 90 SAE pk (82 DIN pk) en de B20B met dubbele carburateur levert 118 SAE pk (107 DIN pk). Door toepassing van het reeds eerder in de USA modellen geïntroduceerde emissiecontrole systeem in het uitlaatsysteem voldoen de B20 motren ruimschoots aan de wettelijke eisen. In het interieur wordt de kunstlederen bekleding op de zitplaatsen vervangen door een stoffen bekleding. Hierdoor zit men stroever en voelt het aangenamer aan in de zomer. In de lente van 1968 wordt ook een speciale versie van de 144 leverbaar. Een op taxigebruik aangepast model wordt leverbaar. Er is een glazen separatie, aangepaste bestuurdersstoel, aangepaste, sterker uitgevoerde bekledingsmateriaal, terwijl de 144 taxi standaard met automatische transmissie wordt geleverd.

Vanaf modeljaar 1970 zijn de hoofdsteunen op de voorstoelen standaard. Op de achterbank worden standaard drie veiligheidsgordels gemonteerd. Een anti-verblindingsspiegel en alarmknipperlichten worden net als de verwarmde achterruit aan het standaardlijstje toegevoegd. De ventilatie wordt voorzien van een luchtafvoerrooster op de hoedenplank. Ook wordt de 145 standaard voorzien van een achterruitwisser met sproeier. Een vierde model wordt toegevoegd, de 145 Express, voorzien van een verhoogd dak.

Het modeljaar 1971, wordt net als afgelopen jaar in september leverbaar. Hierbij wordt de wielbasis met 2 centimeter verlengd, hierdoor kunnen meer typen banden worden gemonteerd. De Volvo 145 krijgt een derde zijruit uit een stuk. Verder wordt een grotere radiator toegepast en treft men luchtinlaten toe onder de bumper. Hierdoor neemt de koelcapaciteit toe met 25%. Vanaf dit modeljaar levert Volvo alle varianten (behoudens de 145 Express) van de 140 serie in twee uitrustingsniveau’s. De standaard, zonder toevoeging houdt de bekende grille, krijgen een eenvoudigere zetelbekleding en een gemoderniseerde versnellingsbak. De luxere ‘de luxe’ later DL genoemd voegt een klokje, nieuw en luxere bekledingsstoffen, vloerbedekking op de vloer, nieuwe wielen met kleinere sportievere wieldoppen en grotere ventilatiegaten en radiaalbanden toe aan de uitrusting. Ook krijgt de DL een matzwarte gril waarop het Volvo teken met diagonale strip is geplaatst. De 145 Express is leverbaar met en zonder achterbank. Ook is er een ‘van’ versie zonder zijramen. Deze is leverbaar enkel met de B20A motor.

Ook wordt er gedurende dit modeljaar een Grand Luxe versie leverbaar (later als “GL”) In sommige landen als “E” (Exclusive) leverbaar. Deze versie heeft een zeer omvangrijke, rijke en luxe standaarduitrusting. Net als het 164 model heeft deze lederen bekleding. Verder zijn er bredere velgen met chromen rand gemonteerd. Het front is matzwart uitgevoerd en er zijn zwaarder uitgevoerde remmen op de voorwielen gemonteerd om de B20E motor met een vermogen van 130 SAE pk (120 DIN pk) de baas te blijven. Deze uitvoering is enkel leverbaar in de 142 variant.

Op de optielijst van alle modellen verschijnt een airconditioning, koplampenwissers en een schuifdak. Gedurende dit jaar worden hier nog lichtmetalen wielen aan toegevoegd. De bekende knipperlamp met buzzer bij het niet omdoen van de veiligheidsgordel vindt gedurende 1971 eveneens de weg naar de middenconsole.

Modeljaar 1972 kenmerkt zich door het toepassen van de verzonken deurgrepen. De bedieningsknoppen worden daar waar nodig aangepast en voorzien van zachter materiaal. De choke krijgt een verklikkerlicht en een akoestisch alarm gaat af indien de auto wordt verlaten met het licht aan. De lange versnellingspook wordt vervangen door een kort type. Op de DL en GL versie is het dashboard voorzien van een houtimitatie en de hoofdsteunen worden gemodificeerd. Ook wordt er een nieuw stuurwiel geplaatst met vier spaken en een claxonring met vier spaken.

Modeljaar 1973 laat een grondige facelift zien, waarbij het front van de 140 serie wordt voorzien van een totaal nieuwe grille, koplampen, clignoteurs en bumpers. De achterzijde van de 142 en 144 worden voorzien van een totaal nieuw ontwerp van de achterlichten. Deze zijn aanzienlijk groter. De 140 serie ziet hiermee nog strakker en moderner uit. Ook het interieur wordt grondig herzien. Het meest in het oog valt het totaal vernieuwde dashboard. Een ontwerp waarbij een totaal nieuwe indeling van de instrumenten is te zien een totaal schokabsorberend materiaal dat ook het totale dashboard kenmerkt. Het is voorzien van vier grote ronde ventilatiemonden die individueel zijn af te stellen en te sluiten. De bediening van de verwarming en ventilatie heeft een plaatsje gevonden in de middenconsole, waar ook een rij bedieningsknoppen zijn opgenomen naast het gordelverklikkerlicht. Een zeer indrukwekkend gezicht, zeker bij nacht ziet het uit als in een vliegtuig! Het stuurwiel is ook volledig uitgevoerd in schokabsorberend materiaal met een groot rechthoekig schokabsorberend centraal vlak. Het interieur is voorzien van nieuwe bekledingsmaterialen die vlamdovend behandeld zijn. Volvo past ook kindersloten toe op de achterportieren en de portieren zijn voorzien van de zware stalen buizen die indringing bij een aanrijding van de zijkant moeten verhinderen.

In 1974 verhoogt Volvo de veiligheid zeer opvallend door nu op alle 140 modellen de reeds eerder op de USA modellen toegepaste veiligheidsbumpers te leveren. Deze weerstaan een aanrijding van 5 km/h zonder schade en verlengen daarmee tevens de kreukelzone. Minder zichtbaar is de verplaatsing van de benzinetank, in de kooiconstructie over de achteras. Hierdoor krijgt de vulopening een nieuwe plaats, achter een klepje. Ook wordt er standaard een controlesysteem toegepast, waarbij een controlelampje gaat branden indien er een lampje van de buitenverlichting stuk is. De B20E wordt voorzien van het CI injectiesysteem.

De productieaantallen van de Volvo 140 lopen ieder jaar verder op en bereiken vanaf modeljaar 1972 een jaarlijkse productie van ruim 200.000 exemplaren! Eigenlijk is het dus opmerkelijk dat Volvo de 140 meteen helemaal vervangt door een nieuw model en niet zoals bij voorgaande modelwisselingen een afgeslankte serie verder produceert. Wanneer we de opvolger echter bij naam noemen is dit overigens wel begrijpelijk. Volgens sceptici is de 240 een grondige facelift van de 140. Volgens mij is de 140 de basis geweest van het meest succesvolle Volvo model, de 240, die net als de 140 dezelfde sublieme basislijnen heeft behouden. Na de kleine negen jaar van de Volvo 140 een kleine 19 jaar als Volvo 240. 27 jaar lang dezelfde carrosserielijnen, waarvan de ontwerper onzeker was of dit model wel lang genoeg in de gratie van de koper zou blijven. Nou Jan Wilsgaard, daarin had je zeker geen gelijk. Wel in het model van je project P660. Jan bijna zo’n dikke vier miljoen keer bedankt. TakTak.

 

 
 

VOLVOWISE

©ruuds70

Hosting by WebRing.