PRE WAR

 
  Op 14 april 1927 rolt de eerste Volvo van de productielijn. De Volvo OV4 (OppenVagn 4 cilinder) De viercilinder (1944cc) met zijkleppen levert 28 pk en is gekoppeld aan een ongesynchroniseerde drie versnellingsbak. Van dit model produceert Volvo 302 stuks. De verkoop loopt traag, want naast de hoge prijs (4800 Zweedse kronen) is deze open auto niet perfect geschikt voor het Zweedse klimaat. In hetzelfde jaar nog introduceert Volvo haar tweede model.

Het is een “dichte” variant op basis van de OV4. Volvo noemt dit model de PV4. Deze gesloten vierdeurs carrosserie is opgebouwd uit een houten frame met een kunstlederen bekleding (echt leder tegen meerprijs!) De PV4 (PersonVagn) ziet niet zo gracieus uit als de OV4. Dit wordt al snel aangepast en de Volvo noemt dit model de Special. Hierbij zijn de vloeiende lijnen van de OV4 terug te vinden. Volvo produceert de PV4/Speciaal 694 maal.

In de lente van 1929 introduceert Volvo haar zescilinder, die technisch overeenkomt met de viercilinders. Door een grotere boring toe te passen wordt een cilinderinhoud van 3010 cc verkregen. De motor levert 55 pk en wordt gekoppeld aan een vierversnellingsbak. De motor wordt geplaatst in een aanzienlijk grotere carrosserie, zeer solide van opbouw, een ontwerp van Mas-Olle, met moderne lijnen. De Volvo PV 651 (PersonVagn 6 cilinders 5 zitplaatsen versie 1) is voorzien van mechanische remmen op de achterwielen. Niet echt des Volvo’s! Een jaar later wordt de PV 652 leverbaar met hydraulische remmen op alle wielen, terwijl de eigenaren van de PV 651 hun remmen kunnen laten ombouwen. De PV 652 wordt ook voorzien van een vrijloop, waardoor brandstof wordt gespaard en de motor minder slijt. Naast deze PV versie met carrosserie levert Volvo ook een PV 650, een chassis, waarop een eigen carrosserie geplaatst kan worden. Naast vrachtauto, bestelwagen en pick-up varianten ontstaan ook drophead coupe’s op dit chassis. In 1930 levert Volvo ook een verlengde versie. Deze TR (Trafikbil) worden in meerdere uitvoeringen geleverd, waaronder de TRS 671, later TR 671 genoemd, als stadstaxi met separatie en als TRL 672, later TR672 genoemd, als plattelands uitvoering zonder separatie. Ook doet de vergrote motor zijn intrede. (3266 cc 65 pk)

In 1933 komt de derde versie, de PV 653. De PV 653 wordt voorzien van een volledig vernieuwde carrosserie met afgeronde hoeken, schuiner geplaatste voorruit en radiateur. De vierde versie, de PV 654 is een PV 653 met een aanzienlijk luxere aankleding. Volvo levert naast meer carrosseriekleuren (diepwijnrood en donkerblauw) duurdere bekleding en exclusiever interieur, twee reservewielen en dubbele claxon. Ook verschijnt er dit jaar een taxi variant met een hogere opbouw, de TR 676. Hier kunnen de passagiers hun hoed ophouden. Als TR 678 en TR 679 verschijnt een plattelandsversie van deze verhoogde carrosserie die bovendien een verlengde wielbasis bezit (3,25 m t.o.v. 3,10 m van de TR modellen)

In 1935 introduceert Volvo de PV 658 die de PV 653 vervangt. De motor wordt vergroot tot 3670cc en levert 80 pk. Het front wordt voorzien van een radiateur achter een grille en de voorspatborden worden aangepast. Ook staan de sleuven in motorkap in een nog snellere schuine stand. De luxere variant krijgt PV 659 als type aanduiding terwijl de chassis uitvoering als PV 657 wordt aangeboden met twee wielbasissen, de standaard 2,95m en de extra lange 3,55m. De taxi versies worden met de bekende wielbassen van 3,10m en 3,25 m geleverd als TR 703 en TR 704. In 1938 worden de PV 600 en 700 series vervangen door PV 800 reeks.

In 1935 introduceert Volvo naast de bovengenoemde nieuwe versies van haar zescilindermodellen ook de gestroomlijnde PV 36 Carioca. De modern vormgegeven carrosserie wordt gebouwd op een zwaar en sterk chassis. De carrosserie wordt conventioneel geconstrueerd, op een houten frame worden de plaatstalen delen gemonteerd. Dit zorgt ervoor dat de PV 36 heeft hierdoor een hoog rijklaar gewicht. Deze Volvo wordt dan ook gezien als te duur en te zwaar, waardoor het geen succes wordt. Het comfort echter is wel uitstekend. Vooral door de onafhankelijke voorwielophanging.

In 1936 introduceert Volvo de kleine PV 51. Deze conservatievere auto was aanzienlijk lichter en kleiner dan de PV36, maar wel voorzien van de bekende zescilinder. Hierdoor heeft de PV 51 betere prestaties. In 1937 voegt Volvo de PV 52 toe in deluxe uitvoering en een Special uitvoering. De laatste krijgt een grotere kofferruimte, waarbij het reservewiel een plaatsje krijgt in een uitsparing in de bodem. In 1938 wordt het front gewijzigd en worden de type aanduidingen gewijzigd in PV 53 als opvolger van de PV 51, de PV 54 volgt de Special op en de PV 55 de PV 52. De PV 56 wordt toegevoegd met de kofferruimte van de Special en de uitrusting van deluxe. Tenslotte wordt ook de PV 57 toegevoegd als chassis De PV 50 series worden tussen 1936 en 1945 gefabriceerd met een productietotaal van 6905 stuks, een groot succes voor Volvo

In 1938 introduceert Volvo als opvolger van de 600/700 series de PV 800 reeks. De PV 800 is er in een carrosserie, een hoge stadsvariant, die gebouwd wordt op het lange chassis met een wielbasis van 325 cm. De styling is verwant met de PV 53/57, waarbij de karakteristieke neus het meest in het oog springt. De 530 meter lange auto was voorzien van klapstoeltjes en is leverbaar met en zonder separatie als resp. stads en plattelandsversie. De typeaanduidingen zijn resp. PV 801 en PV 802 Ook is het mogelijk om een achterdeur te laten plaatsen, eigenlijk de eerste Estate. Hierdoor kan de auto makkelijk als ambulance gebruikt worden. Volvo levert het chassis als PV 800 en al snel ook als PV 810, met de verlengde wielbasis van 355 cm. De auto bezit voor en achter starre assen. De carrosserie is opgebouwd uit geperste plaatwerkdelen zonder steun van houten frame, waardoor het gewicht voor de grootte van deze auto lichter is als voorheen (1800 kilo). Het overgrote deel van de productie wordt als taxi geleverd, enkele zijn als stafwagen geleverd in een bruine lak.

In 1944 levert Volvo een vierwielaangedreven terreinwagen op basis van de PV 800 met de typebenaming TPV (TerrangPersonVagn) De Neus van de TPV wordt aangepast, kort en niet meer spits. Bovendien was deze auto voorzien van een vouwdak om een beter uitzicht te geven.

De PV 821 en PV 822 worden in 1847 geļntroduceerd, met een sterkere variant van de bekende zescilinder zijklepmotor. Het vermogen stijgt naar 90 pk bij gelijkblijvende cilinderinhoud. Dit is de laatste versie met de karakteristieke neus. Volvo produceert van de 800 reeks 2648 stuks en van de TPV 210 stuks.

In 1944 introduceert Volvo haar PV 60, het laatste nieuwe model met de zijklep zescilinder. De auto was niet bepaald modern qua uiterlijk te noemen maar met een productie van 3506 stuks toch een succes. Ook al valt deze relatief onbekende Volvo in de schaduw van de PV 444, die hetzelfde jaar wordt geļntroduceerd. Ook dit model is als chassis gekeverd als PV 61. Hierop zijn naast gebruiksmodellen ook een aantal specials gebouwd door Norbergs Vagnfabrik. Deze dropheads coupe’s zijn zondermeer mooi. Na het staken van de productie van de PV 800 zijn op de PV 61 een aantal verlengde taxi’s gebouwd. De PV 60 is voorzien van een drieversnellingsbak en tegen meerprijs ook met overdrive.

 
 

VOLVOWISE

©ruuds70

Hosting by WebRing.