Amazone

 
  De Volvo Amazone, heeft een zeer indrukwekkende ontwerpfase achter zijn rug voordat het definitieve model in 1956 wordt voorgesteld aan het publiek. In het begin van de vijftiger jaren denkt Volvo na over de vervanging van de PV 444. Een eerste ontwerp door Michelotti, gebouwd door Allemano op een PV 445 chassis, ook bekend als “Elizabeth” wordt afgekeurd, mede door de beperkte ruimte achterin. Een tweede poging als Elizabeth II wordt op een onderstel en vloerpan van een PV 444 gemaakt, maar Volvo vindt deze oplossing te duur. De P179 een creatie door Jan Wilsgaard krijgt de bijnaam Margaret Rose, die meer spottend bedoeld is. De P179 wordt uiteindelijk afgekeurd, maar veel van de onderstel verbeteringen zijn toch toegepast in de uiteindelijke Amazone. De lijnen voldoen aan de eisen van de directie, zo moet de karakteristieke daklijn van de PV 444 behouden blijven. Net als de andere kenmerken zoals wielbasis, spoorbreedte en hellingshoek van de voor- en achterruit. Ondanks deze handicap voor een vrij ontwerp ziet de P179 er wel enigszins uit. Helmer Petterson, ontwerper van de PV 444 vindt deze creatie niks. Hij stelt voor om zelf een om zelf een ontwerp te maken onder de codenaam PV 454. Hij krijgt opdracht van Assar Gabrielson, terwijl Gustof Larson Jan Wisgaard en Rustan Lange opdracht geeft met nieuwe voorstellen te komen. Dit resulteert in een auto met de codenaam Project 55 en Project 65.

De PV 454 is uiteindelijk een fastback met afzonderlijke achterschermen, een gemoderniseerde PV 444. Deze mist echter het raffinement van de P 179. Wel zien we hier voor het eerst de gescheiden grille. Het project 65 van Rustan is een fastback die ook nog duidelijk op de PV 444 is gebaseerd. Hier zitten wel mooie stijlelementen, maar maken dit model zwaar. De creatie van Jan Wilsgaard is een gemoderniseerde interpretatie van de Elisabeth I. Wel een zeer geslaagde modernisering! Project 55 wordt uitgekozen om ver te ontwikkelen, met dien verstanden stijlelementen van het ontwerp PV 454 hierin verwerkt moeten worden. Wilsgaard krijgt het voor elkaar om grotendeels zijn eigen weg te gaan, enkel de gedeelde grille van Pettersons creatie komt op zijn project 55. De directie besluit terloops ook nog dat de PV 444 in productie blijft naast het P1200 project. De P1200 moet gezien worden als concurrent van de toenmalig Mercedes 180. Uiteindelijk wordt ook besloten dat het een vierdeurs model dient te zijn. Begin 1954 is het tijd om te starten met de ontwikkeling van het productiemodel. De naam Amazone wordt dan ook gebruikt, net als de P120-serie. Het model is weliswaar korter dan de PV 444, maar ook breder en 100 kilo zwaarder. Om dit op te vangen wordt besloten de B14 op te boren tot een 1600cc motor. De B16A wordt voorzien van een enkele Zenith carburateur, waardoor deze 66 SAE pk levert. De B16B, voorzien van dubbele SU carburateurs levert 85 SAE pk.

Bij de wielophanging wordt gekozen voor gemodificeerde delen van de PV 444. De voorwielophanging zijn dubbele triangels met schroefveren en een stabilisatorstang. De achterwielophanging toont sterke overeenkomsten met het ontwerp van de P179. De starre as wordt voorzien van twee langsgeleiders, parallel aan de transmissieas. De panhardstang houdt de starre achteras verder in toom.

Het dashboard is voorzien van een instrumentencluster, waarin een snelheidsmeter is opgenomen van het thermometertype. Deze is horizontaal geplaatst. Hiernaast is er een brandstofmeter en een meter voor de koelvloeistoftemperatuur opgenomen. Hiernaast vinden de kilometerteller en enkele controlelampjes hun plaats in het cluster. Het dashboard is van metaal, gespoten in de kleur van de carrosserie en voorzien van een schokabsorberende bovenkant van vinyl. In het dashboard is tevens plaats voor een radio, klokje en asbak. Een dashboardkastje ontbreekt. Wel is er een bagagerekje aan de passagierszijde en zijn de deuren voorzien van opbergtassen.

Volvo kondigt de nieuwe Volvo aan in februari 1956. In april geeft men enkele foto’s vrij aan de pers. In augustus 1956 geeft Volvo aan dat de nieuwe Volvo, de Volvo Amazone leverbaar wordt met een 1600 cc motor. De productie start in januari 1957. In de herfst van 1956 beleeft de Amazone haar debuut in Londen. Het verhaal dat de Amazone enkel in ScandinaviŽ Amazone heet en de overige landen 121 en 122 heet als gevolg van de registratie van het bromfietsenmerk Kreidler is alom bekend. De 122 (met dubbele carburateur) wordt op de Salon van Geneve in 1958 gelanceerd. Dit model met een volledig gesynchroniseerde vierversnellingsbak en 85 pk is in deze tijd een ware sport sedan! In de USA beleeft de Amazone als 122S zijn debuut tijdens de tentoonstelling van New York in april 1959.

De modellen van 1959 worden voorzien van enkele aanpassingen. De veiligheidsgordels worden standaard gemonteerd! Ook wordt een verbeterde kachel gemonteerd en de remmen en de servo worden verbeterd. De dubbele handgreep op de kofferklep wordt vervangen door een nieuw type met Volvo logo.

Modeljaar 1961 beleeft de levering van twee nieuwe versnellingsbakken de M30 en M40 met resp. drie en vier volledig gesynchroniseerde versnellingen. De Lacock de Normanville doet zijn intrede, deze elektrisch te bedienen overdrive wordt op de drieversnellingsbak tegen optie geleverd. Doordat de overdrive op de 2e en 3e versnelling is in te schakelen ontstaat er in feite een vijfversnellingsbak! De voorstoelen zijn van een aanzienlijk betere kwaliteit gemonteerd. De achterbank rugleuning wordt steiler gemonteerd waardoor het zitcomfort en de beenruimte achter toeneemt. Later dit jaar voegt Volvo ook een Amazone toe met een elektrische half automatische koppeling. Deze Amazone is voorzien van een voorbank in plaats van de losse stoelen. De bediening van deze half automaat zit aan de stuurkolom. Het blijkt echter geen commercieel succes.

In augustus van 1961 is er groot nieuws voor de Amazone. De B18 motor met 1780 cc wordt leverbaar. De motor heeft een nogmaals vergrote boring van nu 84,14 mm. Hiernaast wordt de motor van vijf krukaslagers voorzien. De B 16 heeft er maar drie. De eerste versie is overigens te vinden in de P1800. De hierin gemonteerde B18B levert een vermogen van 100 pk. Deze versie wordt niet in de Amazone geleverd. Hierin komt de versie B18A met enkele carburateur die 75 SAE pk levert. De variant met dubbele carburateur levert 90 SAE pk en heet B18D. De modellen zijn herkenbaar aan het B18 logo voor en achter en de grille wordt voorzien van wijder mazen.

Modeljaar 1962 behelst de wijziging van het elektrische systeem naar 12 volt. De modellen met de B18D worden vanaf dit modeljaar geleverd met Girling schijfremmen vůůr en zijn optioneel te voorzien van de Lacock de Normanville overdrive, die op de vierde versnelling werkt. De drieversnellingsbak moet het veld ruimen. Ook is de two tone carrosserie niet meer leverbaar.

In 1962 ziet ook de 2 deurs variant het levenslicht. Deze variant die goedkoper is wordt aanvankelijk enkel in de Scandinavische landen geleverd. De typebenaming van deze twee deurs is 131 voor de met B18A voorziene modellen en 132 voor de modellen met de sterkere B18D motor. De eerste modellen worden alle geleverd in de zwarte carrosseriekleur, met een beige interieur. De overdrive is niet als optie leverbaar. Midden 1962 worden de modellen eerst leverbaar in de USA en daarna ook in de overige exportlanden, behoudens Engeland. In Canada wordt de auto geleverd onder de naam Volvo Canadian. Deze naam loopt vooruit op de in augustus 1963 te openen fabriek in Canada.

In februari wordt de P221, de Estate variant op Amazone basis leverbaar. In tegenstelling tot de Duett is deze Estate voorzien van een zelfdragende carrosserie. De P221 is enkel voorzien van de 75 pk sterke B18, behoudens de USA, daar is deze Amazone van meet af aan met de B18D leverbaar. Om de hogere belasting de baas te zijn is de achterbrug ook korter. Omwille van een vlakke bagageruimtevloer past men ook de achterwielophanging aan. De laadruimte met neergeklapte achterbank bedraagt maar liefst 1,80 meter. De achterklep bestaat uit twee horizontaal aaneensluitende delen. De achterbumper rozetten zijn dusdanig stevig gemonteerd dat ze als opstapje zijn te gebruiken bij het beladen van het dak. Ook rust hierop de neergeklapte achterklep als deze wordt geopend. De carrosserie van de estate variant is 4 cm langer dan die van de 2- en 4 deurs carrosserie.

Modeljaar 1963 beperkt zich in een minimaal uitgebreide standaarduitrusting, achteruitrijlampen zijn nu standaard.

Het modeljaar 1964 kenmerkt zich door de levering van een variant met volledig automatische versnellingsbak. Deze is voorzien van een Borg Warner 35 met drie stappen. De bediening geschiedt via een keuzehandel aan de stuurkolom. Ook wordt op alle modellen de (eenvoudigere) kentekenverlichting van de Estate gemonteerd. De fabriek in Torlanda wordt op 24 april 1964 geopend.

In 1965 wordt de grille aangepast, de horizontale spijlen zijn minder dik en de verticale spijlen tellen aan weerszijden nog maar drie. De velgen worden voorzien van koelgleuven en de wieldeksels zijn kleiner en sportiever, voorzien van een V op zwart in plaats van rood. Ook worden de stoelen voorzien van het orthopedische ontwerp met instelbare lendensteun en zijn de rugleuningen traploos instelbaar. De zittingen worden bekleed met ventilerend vinyl. De centrale delen van de zittingen zijn voorzien van een gestikt strepenpatroon, waardoor deze sportief ogen. Verder worden alle Amazones voorzien van schijfremmen vůůr, de remservo blijft standaard voorbehouden aan de B18D varianten en de Estate’s. Volvo opent dit jaar ook haar assemblagefabriek in het Belgische Gent op 3 november.

Modeljaar 1966 kent een nieuwe variant van de Amazone. De productie van de PV544 stopt op 20 oktober 1965. Om dit verlies op te vangen introduceert Volvo de Amazone Favorit voor haar exportlanden, terwijl deze zelfde variant in ScandinaviŽ Quick wordt gedoopt. Het is een uitgeklede versie waar zelfs weer de drieversnellingsbak zit. Ze zijn enkel in het zwart leverbaar met rood interieur. Later volgt ook nog een witte carrosseriekleur. De overige modellen staan vanaf dit productiejaar op radiaalbanden en de smeernippels aan de voorwielophanging en stuurinrichting verdwijnen. Het remsysteem wordt voorzien van een lastafhankelijke remdrukbegrenzer op de achteras. Bij de beide B18 varianten wordt de compressieverhouding verhoogd van 8,5:1 naar 8,7:1. Door toepassing van een andere nokkenas stijgt het vermogen van de B18D naar 95 pk.

Modeljaar 1966 kent wederom een aanpassing van de motorvermogens. Nu stijgt ook het vermogen van de enkele carburateursvariant. De B18A heeft vanaf nu een vermogen van 85 pk, terwijl de B18D een vermogen van 100 pk levert. Het afbouwen van de Amazone reeks begint ook dit jaar ten faveure van de nieuwe Volvo 144. De overdrive op de sedan (4 deurs) is niet meer leverbaar (???) terwijl de automatische transmissie (Borg Warner 35) wordt in Europa ook leverbaar in combinatie met de B18D motor. Ook wordt de grille weer veranderd. De spijlen worden dubbel uitgevoerd, waardoor de auto statiger uitziet. Ook wordt de achteras gemoderniseerd door langere langsgeleiders toe te passen. Hierdoor neemt het veercomfort toe. De Favorit met driebak wordt nog enkel leverbaar in ScandinaviŽ.

Modeljaar 1967 is het jaar van de meest opwindende Volvo Amazone, de 123GT. Door een Amazone coach (2 deurs) van een B18B (tot dusver enkel in de P1800 leverbaar) motor te voorzien, ontstaat een echte GT. Met 115 pk haalt deze Amazone een topsnelheid van 170 km/h. De GT wordt voorzien van sportieve accenten zoals de op de voorspatschermen gemonteerde achteruitkijkspiegels en de extra gemonteerde ronde verstralers en GT badges. Deze Amazone is ook voorzien van de overdrive. Het interieur wordt voorzien van een losse toerenteller op het dashboard en een pennenbakje. Het stuurwiel is een sportief exemplaar met drie metalen spaken. De 123 GT is leverbaar in rood, wit (zeer zeldzaam!) of donkergroen. De 123 GT is tevens de eerste Amazone voorzien van een wisselstroomdynamo. In Zuid Afrika wordt de GT niet geleverd, maar hier worden wel sedans en estate’s voorzien van de B18B motor. De GT is allen leverbaar in 1967 en 1968. Er zijn na de productie van circa 500 stuks ook nog GT’s geleverd met de GT badge en de uitrustingsdetails van de GT, maar deze zijn niet voorzien van de B18B motor.

In de versies van modeljaar 1968 treffen we een nieuw stuurwiel aan, het stuurwiel dat in de 144 haar intrede deed is voorzien van vier spaken. Bovendien is de stuurkolom verstelbaar!!! De remservo is vanaf nu standaard op alle Amazone varianten, dus ook op de enkelvoudige carburateur modellen. Door de compressieverhouding van de motor met dubbele carburateur te verhogen naar 10:1 stijgt het vermogen naar 115 pk. De automaat wordt geschrapt. Gedurende het productiejaar worden de auto’s voorzien van een gescheiden remsysteem en een gecombineerd stuur/contactslot.

De B20 treffen we aan in de Amazone vanaf het modeljaar 1969. De B20 is een opgeboorde B18. De boring van 88,9 mm vergroot de cilinderinhoud naar 1986 cc. Het vermogen van de enkelvoudige carburateurversie stijgt hiermee naar 90 pk, dat van de dubbele carburateurversie naar 118 pk. Op sommige markten treffen we de GT weer aan, die zich nu enkel door de uitrustingsdetails en de overdrive van de 122 S onderscheidt. De Favorit is vanaf dit modeljaar niet meer leverbaar

Modeljaar 1970 is het laatste modeljaar van de Amazone. Enkel de coach wordt nog geproduceerd. Vanaf dit modeljaar treffen we hoofdsteunen aan op de voorstoelen en veiligheidsgordels achterin. Op 3 juli 1970 verlaat de laatste Amazone de fabriek in Torslanda. Volvo heeft dan 667.323 Amazone’s geproduceerd in 14 jaar tijd.

Met de Volvo Amazone heeft de Volvo de Volvo kwaliteit een plaats gegeven die onmiskenbaar is. Zelfs nu zie je nog steeds Volvo Amazone’s snorren op de wegen. Hieronder zijn verhoudingsgewijs steeds meer zeer goed onderhouden en gerestaureerde exemplaren. Reden te meer om aan te nemen dat deze Volvo wel nooit uit het straatbeeld zal verdwijnen.

©ruuds70

 
 

VOLVOWISE

©ruuds70

Hosting by WebRing.